Himalayan roodoog

De tamme rat kent de uitmonstering himalayan. Dit wordt ook wel rus genoemd. Het is net als de uitmonstering siamees naar de bekende kattensoort vernoemd, waar deze uitmonstering erg op lijkt: een wit dier met een donker snuit en achterhand. Aan de basis van de himalayan kleur ligt een verschijnsel dat acromelanisme genoemd wordt. De melaninekorrels bij deze kleur zijn gevoelig aan temperatuurverschillen. De intensiteit van de kleur hangt af van de omgevingstemperatuur: hoe kouder het is, hoe donkerder de kleur wordt. De vacht kan daarom in de winter anders zijn dan in de zomer. De delen neus, oren, voet en staart zijn het gevoeligst voor temperaturen en daarom zijn deze elementen donkerder van kleur. Het gaat hier om een factor dat in enkelvoud een himalayan geeft en in dubbelvoud een siamees. Een himalayan is een lichter versie van de siamees. Dubbel gerfd geeft een groter effect waardoor de uitmonstering mooier van is.

Een himalayan wordt wit geboren en de points ontstaan pas later (ongeveer als ze zes weken oud zijn). De meeste himalayans worden op zwartbasis gefokt. Dit omdat "op agouti basis" de uitmonstering minder mooi van kleur zijn. Natuurlijk kan de himalayan in alle kleurvarianten gefokt worden, maar daardoor worden de points lichter van kleur.

Je kunt een himalayan van een siamees ook onderscheiden door naar de ogen te kijken. De siamees heeft namelijk een dun blauw oogring (ring rondom het oog) en dit heeft een himalayan niet.

Geschiedenis

Bij het ontstaan van de himalayan mutatie heeft men voornamelijk gericht op het fokken van een zo mooi mogelijke siamees. Een siamees is niets anders dan een dubbele factor himalayan.

In 1978 zijn drie koppels door Roy Robinson, de genetische adviseur van National Fancy Ray Society, gemporteerd vanuit een Franse laboratorium. Deze ratten waren geelachtige capucijn van kleur met een onduidelijk getekende neus. Door selectie slaagden de Engelse fokkers erin deze variant te transformeren in de mooie siamezen die wij nu kennen.

In 1983 importeerde enkele Californische fokkers acht van deze siamezen inclusief andere mutaties zoals pearl, chocolade, rex etc. Vermoeden bestaat dat alle nu bekende himalayans en siamezen van deze lijn afstammen.

Beschrijving van de uitmonstering en eigenschappen

Een haar van een agouti is opgebouwd uit drie verschillende kleuren: het eerste stuk van de haar is grijs, het middenstuk is bruin van kleur en de toppen van de haren zwart van kleur. Deze opbouw is geheel verdwenen. De beharing is wit van kleur. De neus, snorharen, oren, poten, staartinplating en staart zijn donkersepia van kleur. De uitmonstering is minder zichtbaar dan die bij de siamees. De ogen zijn helder rood van kleur.

Himalayan is incompleet dominant aan het albino gen. Dit betekent dat het gecombineerd met albino tot uiting komt. Wanneer het gecombineerd is met een 'niet albino gen (C)' dan komt het niet tot uiting. Het gaat hier om een mutatie die eveneens op de c-locus ligt. In dubbele dosis wordt de uitmonstering extremer. Wanneer van beide ouderdieren dit gen gerfd wordt, dan krijg je dus een siamees. De genetische notering van himalayan is c(h). De 'c' geeft aan dat het op de c-locus ligt. De 'h' staat voor himalayan. De meeste himalayan tamme ratten zijn op zwartbasis gefokt. Dit omdat dan de kleur mooier is. Wanneer je een himalayan met een agouti kruist, krijg je in eerste instantie allemaal agouti's eruit. Deze jongen kunnen het himalayan gen c(h) dragen, maar dat hoeft niet. Zou je deze jongen onderling kruizen, dan is de uitkomst geheel afhankelijk of ze het himalayan gen of het albino gen hebben gerfd. Hebben beide het albino gen gerfd, dan krijg je slechts albino en agouti eruit. Heeft n ouderdier het himalayan gen gerfd, dan krijg je himalayan en agouti eruit. Hebben ze beide het himalayan gen gerfd, dan krijg je siamees en agouti eruit en geen himalayan omdat het albino gen niet aanwezig is.

De genetische code van himalayan is: cc(h) / aacc(h)